
Sinds mei 2026 zijn energielabels ook verplicht voor monumenten. Maar hoe werkt zo’n label eigenlijk bij een gebouw dat soms grotendeels uit opslagruimtes, zolders of andere niet-gebruikte delen bestaat? Niek Theuws, oprichter van Renewable Partners: “De energielabels voor monumenten vallen in de praktijk beter uit dan mensen vaak verwachten.”
Opslagruimte buiten beeld
Niek: “Monumenten lijken lastig te verduurzamen vanwege hun omvang, maar dit valt mee. De berekening van een energielabel is minder streng dan mensen denken. We kijken in het label eigenlijk alleen naar gebruiksfuncties en hulpfuncties die aan de gebruiksfuncties gekoppeld zijn. Denk bijvoorbeeld aan een bezemkast. Die ruimte hoort bij de gebruiksfunctie en telt daarom mee.”
Dat betekent dat grote delen van een monument soms buiten beschouwing blijven. Niek: “Gebruik je alleen de begane grond en zijn alle verdiepingen daarboven eigenlijk alleen opslagruimte? Dan nemen wij die verdiepingen niet mee in de berekening van het energielabel. Eigenlijk alles wat een opslagfunctie of industriefunctie heeft, wordt in veel gevallen niet meegerekend. Dit is overigens niet specifiek voor monumenten; dezelfde berekeningswijze geldt voor alle utiliteitsgebouwen.”
Ook in de praktijk
Zo werkt dat in de praktijk. Niek: “Laatst inspecteerden we een hoog kantoorpand van vijf verdiepingen hoog in Amsterdam. De gebruikers gebruikten eigenlijk alleen de eerste twee verdiepingen. De rest werd gebruikt als opslag. Wij hoefden voor het energielabel dus alleen de onderste verdiepingen mee te nemen. Hierdoor kan het energielabel van een monument dus soms gunstiger uitvallen dan eigenaren vooraf verwachten.”
Niek benadrukt daarbij dat een beter energielabel niet altijd hetzelfde is als een beter geïsoleerd gebouw. “Zolders en opslagruimtes kunnen nog steeds warmteverlies veroorzaken. Het is daarom verstandig om ook deze ruimtes mee te nemen bij verduurzamingsmaatregelen, ook al hebben ze geen invloed op het berekenen van het label.”
Hoe beter gedocumenteerd..
Niet alleen het gebruik van ruimtes heeft invloed op het energielabel. Ook de informatie over eerder uitgevoerde verduurzamingsmaatregelen speelt een belangrijke rol. “Hoe beter maatregelen zijn gedocumenteerd, hoe beter het label vaak uitvalt”, zegt Niek. “Een factuur, offerte met betaalbewijs of foto’s kunnen al veel verschil maken.”
Als die informatie ontbreekt, dan zijn maatregelen niet altijd vast te stellen. Niek: “Wij doen normaal gesproken geen destructief onderzoek. We gaan niet boren om te kijken welke isolatie ergens achter zit. Als er geen documentatie beschikbaar is, moeten we vaak uitgaan van de minimaal aantoonbare situatie.”
Meedenken en doen? Heel graag.Blijf op de hoogte van de ontwikkelingen rond maatschappelijke voorzieningen en vastgoed. Meld je aan voor onze nieuwsbrief en volg ons op Linkedin. |






