
Vergeet sociale cohesie. Als het aan kennisinstituten RIVM en TNO ligt, wordt ‘buurtverbondenheid’ de nieuwe maatstaf voor de leefbaarheid in Nederlandse steden en dorpen. Met een nieuw, compact rapport scheppen de instituten orde in de wildgroei aan begrippen en bieden ze gemeenten concrete handvatten om de sociale kracht van wijken te meten en te verbeteren.
Onoverzichtelijke wirwar
Jarenlang was sociale cohesie het toverwoord voor beleidsmakers en professionals. Volgens het RIVM en TNO leidde het gebruik van deze brede term echter tot een onoverzichtelijke wirwar van definities. In het kader van het programma Gezonde Leefomgeving introduceren zij daarom een scherpere focus: buurtverbondenheid.
Vier kernthema’s
De instituten hebben vier kernthema’s geformuleerd die de kern van een gezonde buurt vormen:
- Omgang en relaties: Hoe gaan buurtbewoners met elkaar om?
- Participatie: In hoeverre zetten bewoners zich in voor hun omgeving?
- Plaatsidentiteit: Voelen mensen zich thuis in hun wijk?
- Plaatsgeschiktheid: Faciliteert de fysieke omgeving de behoeften van de bewoners?
Naast een theoretisch kader biedt het rapport direct praktische waarde. Voor elk van de vier thema’s zijn specifieke indicatoren en bijbehorende datasets geselecteerd. Hierdoor kunnen gemeenten de impact van hun beleid voortaan feitelijk onderbouwen.
Fysieke ankers in de buurt
Het rapport bevat bovendien een concreet stappenplan om de verbondenheid in een buurt actief te verhogen. Dit maakt het document een cruciaal instrument voor discussies over de inzet van maatschappelijk vastgoed; gebouwen als scholen, buurthuizen en bibliotheken blijken immers vaak de fysieke ankers waar buurtverbondenheid ontstaat.
Meedoen?Doe mee als partner van Bouwstenen en:
|






